Terug naar system center

Virtual Machine Manager

Een belangrijke component van System Center 2012 is Virtual Machine Manager (VMM). Met dit programma kunnen virtuele machines worden beheerd op de drie belangrijkste hypervisor platforms (Hyper-V, vSphere, XenServer), maar het doet ook dienst als compleet private cloud management-systeem. VMM kent daarnaast nauwe integratie met Operations Manager, waardoor de objecten in de private cloud (servers, virtuele machines, clouds, netwerken, storage, applicaties en services) continu gemonitord kunnen worden.

Private Cloud Management
Nog niet iedere organisatie is er aan toe om de eigen systemen en applicaties volledig aan de public cloud toe te vertrouwen. Daarom is er een belangrijke rol weggelegd voor VMM, dat primair is ontwikkeld om een private cloud tot stand te brengen op de eigen locatie (of bij een hosting provider) met eigen beheerders (of gedelegeerd aan een serviceorganisatie). In feite worden de al aanwezige servers, storage en netwerkcomponenten in een grote, zoveel mogelijk gestandaardiseerde en transparante resource pool ondergebracht. Deze pool noemen we de VMM Fabric, een begrip dat we al kennen uit de SAN-wereld, maar in dit verband bestaat de fabric naast storage ook uit virtualisatiehosts (servers) en netwerken (Logical Networks, Sites, VLANs, Load Balancers, VIP templates). Deze fabric biedt een hoeveelheid capaciteit die naar behoefte kan worden uitgebreid of verkleind. Nieuwe generaties servers, storage en netwerkcomponenten kunnen worden toegevoegd aan de pool, terwijl de oude kunnen worden uitgefaseerd. Belangrijk is datgene wat gebruik maakt van deze fabric: de virtuele machine en de applicaties in deze virtuele machines kunnen flexibel bewegen tussen de componenten van de fabric.
 
Cross Platform
VMM 2012 richt zich niet alleen op Hyper-V, maar behandelt vSphere en XenServer als gelijkwaardige partners. In feite maakt het niet uit op welke hypervisor een VM wordt neergezet. Er wordt een keuze gemaakt voor de best mogelijke combinatie. VMM ondersteunt de Hyper-V-versies in Windows Server 2008 en Windows Server 2008 R2, en zal vanaf SP1 ook de spectaculaire Hyper-V-versie in Windows Server 2012 ondersteunen.

Storage Integratie
Microsoft heeft ervoor gekozen om voor discovery, configuratie en management van storage arrays gebruik te maken van het SMI-S-protocol. Zowel de array, de disk pools als de LUNs worden hiermee zichtbaar voor VMM en kunnen gebruikt worden bij de configuratie van nieuwe servers of het aanpassen van bestaande servers. Tevens is het mogelijk nieuwe VM’s om op een snelle manier uit te rollen door gebruik te maken van snapshot- en cloningtechnieken van de betreffende storage array. Er is end-to-end-zichtbaarheid voor de gehele storage stack: vanaf de VHD in de virtuele machine tot aan de array controller, van de disk pool tot aan het niveau van de logical unit (LUN).

Bare Metal Deployment
Als de private cloud een sterk groeiend aantal Hyper-V servers zal gaan bevatten is het de moeite waard om de nieuwe Bare Metal Deployment-functionaliteit van VMM in te zetten. Zoals het woord al zegt, wordt een reeks servers geheel geautomatiseerd voorzien van Windows en Hyper-V. VMM werkt hiervoor samen met de baseboard management controller (iLO bij HP, RAC bij Dell en RSA bij IBM), waarbij standaard protocollen als IPMI en SMASH worden gebruikt voor Out of Band Management. VMM zet de ‘kale’ server aan, laat deze (WinPE) starten vanaf een PXE (WDS) server waarna een VHD wordt opgestuurd met een image van Windows Server. Vervolgens wordt de server ingesteld om te kunnen starten vanaf deze VHD en wordt de Windows setup en Hyper-V-installatie afgerond. Tenslotte wordt een VMM Agent uitgerold en komt de Hyper-V host onder beheer van Virtual Machine Manager 2012 te staan.

Clustercreatie
Nadat een reeks servers via Bare Metal Deployment is uitgerold, kan via een wizard volledig automatisch een Hyper-V-cluster worden opgezet. Hierbij kunnen ook direct shared storage en netwerken worden geconfigureerd. Nadat de clustervalidatie succesvol is afgerond, wordt het Hyper-V-cluster geconfigureerd. Vervolgens zijn de voorheen standalone Hyper-V-servers zichtbaar in VMM als Hyper-V-cluster. Naar verloop van tijd kunnen additionele cluster nodes worden toegevoegd of nodes worden verwijderd uit het cluster. Een cluster kan ook worden uitgefaseerd nadat de virtuele machines zijn verplaatst naar een nieuw cluster. Vanaf Hyper-V in Windows 8 en VMM 2012 SP1 zal dit geheel online kunnen worden uitgevoerd.

Intelligent Placement
Natuurlijk kunnen er nog steeds Virtual Machines worden gebouwd op basis van VM templates, waarbij dit proces volledig is gestandaardiseerd en geautomatiseerd. Op basis van een groot aantal criteria wordt bepaald op welke virtualisation host (hypervisor) de VM het best kan worden geplaatst. Hierbij wordt rekening gehouden met beschikbare processor-, geheugen-, netwerk- en diskcapaciteit. In een cluster wordt altijd voldoende capaciteit vrijgehouden om uitval van minimaal één server te kunnen opvangen. Daarnaast worden de resterende hosts niet tot 100% van hun capaciteit gevuld, maar wordt een instelbare marge aangehouden.

Cluster Update Remediation
Het was altijd lastig om in een cluster op gecontroleerde wijze Update management toe te passen. VMM integreert met WSUS en biedt de mogelijkheid om op basis van vooraf ingestelde baselines de Hyper-V cluster nodes één voor één van updates te voorzien, nadat alle VM’s en Services van de betreffende host zijn geëvacueerd. Zodra alle nodes zijn bijgewerkt geeft VMM aan dat de hosts en clusters compliant zijn. Update remediation is ook van toepassing op alle andere ondersteunende servers in de VMM fabric (VMM servers, VMM Library servers, PXE/WDS servers, vCenter servers).

Private Cloud
In VMM kunnen we een private cloud zien als een container voor een of meerdere VM’s, de zogenaamde multi-tiered applications die we in VMM aanduiden met het woord Service. Naast een VM template kennen we ook een Service template. Een Service template wordt in principe uitgerold naar een private cloud. Een Service bestaat uit een enkele VM (single-tier) of een combinatie van VM’s (multi-tier), waarbij bijvoorbeeld Frontend Webservers, Applicatie servers en Database servers als verzameling worden aangeboden aan een private cloud. De service kan al direct een minimum aantal servers per tier uitrollen, of een tier laten schalen tot een ingesteld maximaal aantal VM’s per tier. Dit noemen we in VMM Rapid Scale-out. Door gebruik te maken van load balancers met in VMM gedefinieerde VIP templates, en door de VM’s in één tier over verschillende update domains te verdelen, kunnen VM's zonder downtime worden bijgewerkt (updates of configuratiewijzigingen). Het VMM Service template en de VMM Service zijn een krachtige uitbreiding van het klassieke VM-scenario, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van WebDeploy, SQL DAC, Server App-V en (PowerShell) scripts.

Een grote stap voorwaarts
Sinds de vorige versie van VMM is er enorm veel functionaliteit bijgekomen: bovenstaande mogelijkheden zijn nog slechts een selectie. De opzet van een private cloud kan het beste worden aangevlogen door te starten met een assessment, gevolgd door een ontwerp, waarna op installatie kan worden overgegaan. De consultants van inovativ beschikken over de benodigde kennis en ervaring om een private cloud-project op vakkundige wijze te realiseren.